3-09-2025 19:34
Raad van State wijst beroep Fontys student uit Valkenswaard af

Na tweemaal te hebben deelgenomen aan het afstudeertraject, kreeg de student in oktober 2024 een definitieve onvoldoende (4,6) voor zijn scriptie na de verdediging (assessment). Zijn verzoek aan de examencommissie van Fontys voor een herbeoordeling of een derde kans werd afgewezen op 12 november 2024, een beslissing die het College van Beroep voor de Examens (CBE) op 26 februari 2025 bevestigde.
De student betoogde dat de beoordeling onzorgvuldig en niet objectief was en deed een beroep op de hardheidsclausule vanwege opgelopen studievertraging.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat de beoordeling voldoende zorgvuldig tot stand was gekomen en genoegzaam was onderbouwd. Hoewel de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wel van toepassing bleek op Fontys, was dit geen reden om de eerdere beslissingen te vernietigen. De aangevoerde studievertraging werd door de Raad van State onvoldoende grond geacht voor een derde kans, omdat dit inherent is aan het niet behalen van een afstudeeronderdeel.
Het beroep werd daarmee ongegrond verklaard. Wel moet het College van Beroep voor de Examens het betaalde griffierecht van € 53,00 aan de student vergoeden.





