Brabant op koers voor schonere lucht, maar strengere normen blijven uitdaging
REGIO - De luchtkwaliteit in Noord-Brabant verbetert. Nederland ligt op koers om in 2030 de gezondheidsschade door luchtvervuiling met 50 procent te verminderen. Toch zijn extra maatregelen nodig om overal aan de strengere Europese luchtkwaliteitsnormen te voldoen. Dat blijkt uit de nieuwste voortgangsrapportage van het Schone Lucht Akkoord van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).
Als alle afgesproken maatregelen volledig worden uitgevoerd, neemt de gezondheidsschade door luchtvervuiling uit Nederlandse bronnen in 2030 naar verwachting met 55 procent af ten opzichte van 2016. Daarmee kan de landelijke doelstelling worden gehaald.
Maatregelen
De provincie Noord-Brabant werkt samen met gemeenten en het Rijk aan schonere lucht. Sinds 2021 zijn ongeveer zeventig provinciale maatregelen opgenomen in de Brabantse uitvoeringsagenda. Die richten zich onder meer op verkeer, landbouw, industrie, binnenvaart en houtstook.
Samen met Brabantse gemeenten zijn ongeveer 450 maatregelen in uitvoering. De provincie wil dat iedere Brabander in 2030 gemiddeld drie gezonde levensjaren extra kan ervaren.
Blijven meten
Uit metingen over 2025 blijkt dat de luchtkwaliteit op alle vaste meetstations van de provincie voldoet aan de huidige Europese grenswaarden voor fijnstof, stikstofdioxide en benzeen. Toch worden de strengere advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) nog niet overal gehaald. Alleen voor fijnstof PM10 liggen de gemeten concentraties rond de aanbevolen WHO-waarde.
De provincie blijft de luchtkwaliteit komende tijd volgen. Weersomstandigheden kunnen de meetresultaten van jaar tot jaar beïnvloeden en vanaf 2030 gelden strengere Europese normen. Daarom blijven de vaste meetstations in ieder geval tot eind 2027 in gebruik.
In 2028 volgt een nieuwe landelijke berekening van de voortgang van het Schone Lucht Akkoord. Daarmee wordt duidelijker of Nederland op koers blijft om de gezondheidswinst te behalen en in hoeverre aanvullende maatregelen nodig zijn.





